Een historisch overzicht van bewegen en sport in het mbo

LO/bewegen in het mbo vóór invoering van de WEB in 1996
Net als in het algemeen voortgezet onderwijs was LO (lichamelijke opvoeding) in het mbo een vak dat gewoon op de lessentabel stond van de verschillende scholen. De omvang van het aantal uren was aanzienlijk zo blijkt uit een brief van de Onderwijsraad aan de Minister van onderwijs in 1968. De doelen van het vak waren niet veel verschillend van die in het vo. Van het leveren van een bijdrage aan de doelen van de opleiding waarbinnen LO op de lessentabel stond, was maar in beperkte mate sprake. In sociaal agogische opleidingen werd LO bijvoorbeeld ingevuld met het onderwijzen van studenten/leerlingen in het organiseren van activiteiten voor de doelgroepen waarmee ze in hun werkveld aan de slag zouden gaan.

De opleidingen aan het CIOS (Centraal Instituut voor Sportleiders) die op vijf plaatsen in Nederland werden aangeboden, waren vanzelfsprekend ook gericht op het uitvoeren van sportieve activiteiten in het werkveld. Eind jaren '70 raakten ontwikkelingen binnen het mbo in een stroomversnelling. Er moest meer duidelijkheid komen in de structuur van het onderwijs en het aanbod van opleidingen moest transparanter worden. Het project Herstructurering MHNO-MSPO (middelbaar huishoud en nijverheids onderwijs en middelbaar sociaal pedagogisch onderwijs) van 1978-1983 en de SVM-operatie van af 1986 vormden de opmaat voor het formuleren van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs

Invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)
1996 is een cruciaal jaar als het gaat om de plaats van bewegen in het middelbaar beroepsonderwijs. In dat jaar nam de Tweede Kamer de Wet Educatie en Beroeps Onderwijs aan. De verantwoordelijkheid voor het onderwijs werd neergelegd bij de scholen en onder het motto: 'wat niet moet, doen we niet', werd LO geschrapt en werden in hoog tempo gymnastiekzalen en sporthallen omgebouwd tot kantines, open leercentra of aula’s. In grote projecten waarin het mbo in Nederland werd geherstructureerd, kwam LO, vóór invoering van de WEB, ook al onder druk te staan, maar daaruit is bij het opstellen van deze wet geen lering getrokken.

Ontwikkelingen na invoering van de WEB
Na invoering van de WEB in 1996 volgden jaren van inspanning om de negatieve gevolgen voor bewegen in het mbo te keren en ervoor te zorgen dat mbo-studenten, net als hun leeftijdsgenoten in het vo, weer bewegen in hun programma zouden krijgen. Al in 1997 deed de Onderwijsinspectie onderzoek naar bewegen in het mbo hetgeen leidde tot een debat in de Tweede Kamer. Het ministerie van OCW nam daarop maatregelen die moesten leiden tot verbetering van de situatie. Omdat dit onvoldoende resultaat had werd de druk vanuit politiek en samenleving weer opgevoerd.

In de Tweede Kamer werd in 2002 opnieuw gedebatteerd naar aanleiding van een motie van Jan Rijpstra en het sportengezondeleefstijl.nl mbo ontwikkelde een manifest dat verschillende maatschappelijke partijen ondertekenden. Dit platform beijvert zich voor structurele verankering van LO in de kwalificatiestructuur en probeert draagvlak op de scholen te creëren voor het opnemen van bewegen in het curriculum.

In 2004, in het 'Europees jaar voor Educatie door Sport', smeedden de ministeries van OCW en VWS de Alliantie School en Sport die onder leiding van Jos Kusters nieuwe impulsen geeft aan bewegen in het mbo. Zo werd een brochure  gemaakt met uitspraken van prominente Nederlanders en kregen scholen zogenaamde sprintpremies om bewegen weer op de kaart te zetten.

Bewegen terug in de lesprogramma’s
In september 2008 wordt in het Beleidskader Sport, Bewegen en Onderwijs € 18 miljoen euro gereserveerd voor bewegen en sport in het mbo. Voor het besteden hiervan maken de MBO Raad en KVLO samen met het ministerie van OCW het Masterplan Bewegen en Sport mbo.

Intussen wordt er ook doorgewerkt aan een verankering in de kwalificatiestructuur. Als in 2009 in het advies van de MBO Raad aan de staatssecretaris over een nieuw document Leren, Loopbaan en Burgerschap het onderdeel 'vitaal burgerschap' blijkt te ontbreken, zorgt de KVLO er via allerlei acties voor dat bewegen een plek krijgt in het definitieve document.

Anno 2011 is er nu dus sprake van een structurele verankering van bewegen in het mbo via het document dat Loopbaan- en Burgerschapscompetenties voorschrijft en hebben zo’n 50 instellingen zich door deelname aan het 'Masterplan' verbonden aan de doelstelling om 5% van de onderwijstijd in het curriculum te besteden aan bewegen en sport.

De KVLO heeft het bewegen in het mbo niet altijd beschouwd als haar corebusiness. Daar kwam eind jaren negentig verandering in en mede door de inzet van de KVLO is er sindsdien wel het een en ander bereikt. Bewegen is weer een beetje terug in het mbo, maar waakzaamheid en aandacht blijven geboden.

<< Terug naar inhoud canon

Sept 2011 Bert Boetes (KVLO)

Graag de nieuwsbrief ontvangen?

Aanmelden

Contact opnemen

Stuur ons een mail