LO/bewegen in het mbo voor invoering van de WEB in 1996

Net als in het algemeen voortgezet onderwijs was LO in het mbo een vak dat gewoon op de lessentabel stond van de verschillende scholen. De omvang van het aantal uren was aanzienlijk zo blijkt uit een brief van de Onderwijsraad aan de minister van Onderwijs in 1968. De doelen van het vak waren niet veel verschillend van die in het vo. Van het leveren van een bijdrage aan de doelen van de opleiding waarbinnen LO op de lessentabel stond, was maar in beperkte mate sprake. In sociaal agogische opleidingen werd LO bijvoorbeeld ingevuld met het onderwijzen van studenten/leerlingen in het organiseren van activiteiten voor de doelgroepen waarmee ze in hun werkveld aan de slag zouden gaan.

Eind jaren '70 raakten ontwikkelingen binnen het mbo in een stroomversnelling. Er moest meer duidelijkheid komen in de structuur van het onderwijs en het aanbod van opleidingen moest transparanter worden. Het project Herstructurering MHNO–MSPO (middelbaar huishoud en nijverheidsonderwijs en middelbaar sociaal pedagogisch onderwijs) van 1978-1983 en de SVM-operatie vanaf 1986 vormden de opmaat voor het formuleren van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs

Project Herstructurering MHNO-MSPO
Voor LO was er in dit project een Algemene vakproductiegroep LO actief. LO-docenten vanuit verschillende opleidingen werkten onder coördinatie van Bert Boetes en Otto Engels (SLO) de leerplannen uit voor opleidingen Activiteitenbegeleiding, Assisterende in de gezondheidszorg, Mode en kleding, Sociaal agogische opleidingen, verpleging en verzorging, en Civiele en Consumptieve technieken. Voor het eerst werd hierbij structureel aandacht besteed aan de rol die bewegen zou kunnen spelen in de context van de beroepsopleiding waarbinnen het vak was opgenomen op de lessentabel.

In 1982 is hierover iets geschreven via een publicatie in de serie NKS-cahiers in het artikel 'Zoeken naar andere vormen van Bewegingsonderwijs in MBO' (zie literatuurlijst). In 1984 publiceerde de SLO een serie boekjes over de verschillende vakken in het geherstructureerde MHNO-MSP. Voor het vak LO/bewegen in het bijzonder voor de opleidingen Activiteitenbegeleiding, de Sociaal Agogische Opleidingen en de opleiding Sport&Bewegen. Verder wordt in 1984 voor het eerst een leerboek voor LO/Spel en Sport uitgegeven voor de opleidingen Activiteitenbegeleiding en de Sociaal Agogische opleidingen. (Intro Nijkerk, Spel&Sport, leerboek voor Agogisch Werk en Activiteitenbegeleiding, auteurs: Boetes, Nieuwenhuys, Schuitema).

Dat ook in 1985 al sprake was van terugbrengen van het aantal uren LO is te lezen in een verslag van een mondeling overleg in de Tweede Kamer  waarin Jan Fransen (erelid KVLO, jarenlang Kamerlid , burgemeester en commissaris van de koningin), een lans heeft gebroken voor behoud van LO in het mbo. Tussen 1980 en 1982 was vanuit de SLO een ACLO (Advies Commissie Leerplan Ontwikkeling) LO actief die zich boog over de plaats van LO in het mbo en daarvoor doelstellingen formuleerde.

De tweede slag die werd gemaakt was in 1986 de start van de SVM-operatie (sectorvorming middelbaar Beroepsonderwijs). Hierbij stonden twee doelen centraal: schaalvergroting (vorming van roc’s met alle sectoren met daarin - onderwijs om de hoek) en inhoudelijke vernieuwing. Om bewegen in het mbo een plek te geven binnen de Maatschappelijk-Culturele-Vorming en zo te verankeren in het onderwijs heeft Herman Huizer in 1996 een beleidsstuk geschreven.

<< Terug naar inhoud canon

Graag de nieuwsbrief ontvangen?

Aanmelden

Contact opnemen

Stuur ons een mail